Een thermosfles rust

Op het kleine tafeltje onder het raam staat een thermosfles. Die al lang dienst doet. Er zitten een paar deuken in en de schroefrand ziet bruin. De dop is eraf gedraaid en gevuld met halflauwe thee. De fleseigenares, een vrouw van een jaar of 60, neemt een slok. Uit haar tas haalt ze een groen appeltje. Een Golden Delicious. Heerlijk. En een mesje. Vakkundig snijdt ze een stukje van de appel af. De schil laat ze zitten. Extra vitaminen. Ze kauwt. Trekt lichtjes met haar mondhoeken. Bitter. Toch een Granny Smith. Daarna snijdt ze weer. Het hele tafereel herhaalt zich zo een keer of 10. Dan is de appel op. Het kroos gooit ze weg in de te kleine prullenbak onder de tafel. Ze drinkt haar thee op en draait de dop weer op de fles. Tevreden glimlacht ze door haar eigen spiegelbeeld heen naar buiten. Rust.

Schuin tegenover zit een man. Zijn degelijke zwarte schoenen (Mephisto?), lichtbruine ribbroek en leren schoudertas doen een leraar vermoeden. Met nog een paar haren, allemaal grijs. Pensioen voor de deur. Moet een fijne gedachte zijn. Daarmee tuurt hij door het raam. Waar weilanden met koeien aan hem voorbij grazen. Ook hij heeft een thermosfles. Een mooie glanzende, zonder deuken. Een maatje groter dan die van de vrouw. Ik ruik halflauwe koffie. Hij neemt een slok. Trekt met zijn mondhoeken. Bitter. Dan haalt hij een peertje tevoorschijn. Hij neemt een hap. Het druipt een beetje rond zijn kin. Hij haalt er een papieren zakdoek bij, veegt wat peervocht weg. Hij neemt nog een hap, houdt nu het zakdoekje onder zijn kin om zijn kleren schoon te houden. Veegt zijn kin weer af. En dat tafereel herhaalt zich zo een paar keer. Dan is de peer op. Alleen het steeltje is nog over, stiekem belandt het op de grond. Dan tuurt hij weer verder. Koeien. En rust.

Bij het volgende station stappen ze beide uit. De man houdt de deur voor haar open. De vrouw glimlacht, hij terug. De trein zet zich weer in gang. Ik word overvallen door een warme, rustige triestheid. Ik wil ook degelijke kleding, een thermosfles, weinig haar en een sappig peertje. Waarom moet ik zo nodig jong zijn.

 

This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.

Comments are closed.