Dag huisarts

Ik was u echt niet vergeten. Ik had u al een jaar of drie niet meer gezien. Een poosje terug was ik wel in uw praktijk. Maar u was er niet, u had een vervanger. De laatste en eerste keer dat ik u zag was u zwanger. Dat maakte me niet uit. Ik zou uw kind op de koop toe hebben genomen. Geen probleem. Zolang ik maar kon verdrinken in uw ogen. Uw haar kon kammen tot het niet meer meer kon glimmen. En ik zou u druiven voeren. Ouderwets veel druiven voeren. Toen ik belde laatst, vroeg ik naar u. En ja, over twee dagen had u tijd. Op drie jaar was dat niks. Toen ik u zag, zag u mij eerst. Ik las een boek in de wachtkamer. U vroeg wat ik las. Ik zei dat ik een Duits boek las, of nou ja, de vertaling ervan. Want wie leest er nou voor de lol een Duits boek. Een Duitser misschien. Ik zei dat de zinnen erg verduitst waren. En we liepen. En ik zei nog wat meer. En ik was er tevreden mee. Want u luisterde en u knikte, en u ging zitten en u hield uw hoofd wat scheef en u keek. En ik keek terug in uw ogen, en was de weg al weer kwijt. ‘Waar was u al die tijd?’ Was het enige wat ik kon denken. Maar dat zei ik niet. Ik vroeg of ik ‘je’ mocht zeggen. En u knikte.

This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.

Comments are closed.