Brandalarm

Vannacht om 00.30 uur ging het brandalarm af. Doet het wel vaker. Het is een beetje een gevoelig apparaat, maar wel functioneel. Wanneer het ons alarmeert, klinkt dat als een lokale, nieuwe eerste maandag van de maand. Systeem is geschakeld met de bovenburen. Het kastje waarmee je het alarmpiepje uitzet hangt bij hen. Sowieso naar buiten dus.

brandweerautoDaar troffen we vier ergensuitdebuurtgenoten en twee vroege scooterramptoeristen. Maar geen bovenburen die hun hol uitkwamen. Kon twee dingen betekenen: ze waren dood, of ze waren niet thuis. We hebben een sleutel van hun deur, maar die paste niet meer. Dus ik belde een van de jongens van boven. Die stond in de rij bij een hippe club aan de Waal. Hij zou direct hiernaartoe komen met de auto en wist 99% zeker dat iedereen weg was. Inmiddels stond de halve straat op straat. En wij bleven laconiek. Want het alarm is in zes jaar tijd ongeveer 102 maal afgegaan, waarvan twee maal een mild keukenongeluk, de rest vals. Statistiek brengt dan rust in je hoofd.

Toen stond daar ineens een oververhit kaal mannetje voor onze neus: de Italiaanse buurman van rechts. Hij bleek brandweerman te zijn (nooit geweten), en ging als een wervelwind allerlei brandweermannenacties uitvoeren, zoals met zijn neus door de brievenbus hangen (niks te ruiken), naar de achterkant van het huis rennen en kijken of daar iets in de fik stond (neen). En zijn collega’ s bellen, plus de vrienden van de politie (wie gaat dat allemaal betalen?). Zo stonden er 8 minuten later (het alarm ging inmiddels 18 minuten af en ook mensen van straten verderop kwamen nu vol plezier en interesse kijken wat er allemaal gaande was om 00.48 uur in de zaterdagnacht) zes brandweermannen, twee politieagenten, een politieauto en een heuse brandweerauto voor de deur. Met bijbehorende zwaai en toeterophef.

Het oververhitte Italiaantje bracht direct in codetaal verslag uit aan de Chef brandweer. Toen hij was uitgestuiterd (zou hij tijdens zijn werk ook zo relax blijven?) vertelde ik ontspannen, want inmiddels oordoppen gevonden, dat een van de buurjongens onderweg was. Hij bevond zich ter hoogte van het Kronenburgerpark. Chef brandweer gaf hem nog twee minuten, dan zou hij de deur inrammen. Dat leek me wat overdreven, zowel reuk als zicht gaven veilige signalen af. Dus ik belde nogmaals om te vertellen dat bovenbuurjongen plankgas moest geven. Zijn vriend de bijrijder zei dat hij nu de hoek om kwam. En dat klopte. De stormram kon de brandweerbus weer in.

De deur werd geopend. Er bleek gelukkig inderdaad niemand thuis te zijn, maar, tot mijn grote verbazing, wel een calamiteit. Het elektrische kacheltje van een (andere) buurjongen was aan blijven staan, en daarop had iets van plastic gestaan, dat was gaan smelten en smeulen. Een giftige geur kwam ons tegemoet toen Chef brandweer de balkondeuren aan de voorkant opende. Ook de vijf overige brandweermannen die op dat moment casual leunend tegen hun rode vehicle heldenverhalen vertelden tegen buurmeisjes in nachtjaponnen, werden hierdoor omver geblazen. Het duurde vervolgens nog 5 minuten voordat het alarm echt zijn mond hield. Daarna keerde de rust weder. En dropen politieagenten, brandweermannen en buurtmeisjes – alleen dan wel gearmd – op kousenvoeten af richting warm bed.

This entry was posted in Geen categorie and tagged , . Bookmark the permalink.

Comments are closed.