Duitse afhaal

Ik werd wakker in een groot Duits bed. Dat is geen metafoor voor iets. Het bed waarin ik wakker werd was gewoon heel erg groot. Ik moest mijn vriendin opbellen om te vragen waar ze deze ochtend uithing, zo groot. Ik had zin. Mijn vriendin ook. En ik wachtte geduldig in het grote bed totdat ze me bereiken zou. Dat waren we telefonisch overeen gekomen. Ik had de zonnigste kant.

Tijdens het wachten krabde ik wat aan mijn achterhoofd. Ik voelde iets. Een verse moedervlek? Een opkomend wratje? Ik dacht aan gister, toen we lagen te relaxen in een bergweide en het zomaar door me heenging: kans op teken.

Na vijf minuten arriveerde mijn vriendin, stipt op tijd. Alvorens van start te gaan vroeg ik haar om eerst even het plekje op mijn achterhoofd te bekijken. De weidegedachte bleek een voorteken.

Ik ben niet verzot op die kleine bloedvergiftigende beestjes, lang blijven hangen doen ze maar aan een struik of een grasspriet. Niet aan mijn nek. Maar we hadden de tekentang vergeten. En het pincet was te riskant, de teek lag namelijk goed verstopt in mijn eeuwige band met haar. Daarom maar de verhuurder van de woning gebeld. Die verwees ons direct door naar een arts. Zo doen ze dat daar bij de Oosterburen.

De lokale geneesdame leek in haar allesverbloemende pastelkleurige gewaad met dito sjaal in niks op een kundige arts, meer op een juf van de lokale Gestaltt-Kindergarten. Dat de uitroeiing van het beestje minder efficiënt ging dan je van een Duitser zou verwachten, verbaasde me dan ook niks. Na 30 keer porren en trekken met een tang en daarna een pincet (hulde aan alle epilerende vrouwen) liet ze mee een heus tekendrama in 15 delen zien. Daarna vroeg ze “Of mijn vriendin auch eben wilde meekucken.” Er was misschien nog wat teek blijven hangen, aber “haar Augen waren niet zo gut mehr.”

Zoals ik al zei: ik heb het niet zo op teken. Er was een tijd dat ik mijn knieholtes en liezen al na een wandeling naar de wc controleerde, bang als ik was dat ze vanuit de schimmel aan de onderkant van de pot richting mijn warme plekjes waren gekropen. De vraag “Of we in het naburige dorp wellicht even bij een chirurg wilde langsgaan, want die kan het vermeende restje teek er zo even snel rausholen”, was in een plotseling opgelaaide oude angst voor Lyme dan ook niet zo heel moeilijk te beantwoorden.

30 minuten later bevonden we ons 3 uur lang in een wachtkamer met louter zieke Duitsers. Daarna mocht ik mijn verhaal doen, en direct half naakt op de operatiebank plaatsnemen. Zo doen ze dat daar bij de Oosterburen.

De arts had besloten om de vermeende resten van de teek er direct uit te snijden. Een dikke spuit kondigde een pijnloze spoedklus aan. Terwijl mijn nek en achterkant hoofd steeds gevoellozer werden, vroeg ik me hardop af wat ik hier in godsnaam deed. “In Nederland hadden ze me al lang naar huis gestuurd. Even aankijken, tweemaal daags controleren op rode plekken, en een prettige dag”, zei ik tegen mijn vriendin die ondertussen maar video-opnames was gaan maken. Ik besloot daarop te volharden. De mensen thuis wilden nu immers ook weten hoe die video afliep.

De operatie was een succes. De arts was niet van half werk, en sneed een stuk vlees ter grote van een Bratwurst weg. Een paar hechtingen en een medische video rijker verliet ik de kliniek. De aangeboden antibiotica liet ik staan. Ik had wel honger. De dag was ook al richting avond aan het gaan.

“Koken?”, vroeg ik.
“Of uit eten”, vroeg mijn vriendin.

Wat dacht je? Precies ja. Teek away.

This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.

Comments are closed.