Babygebabbel #2: over neuspeer en huiltaal

Mijn vriendin heeft de neuspeer ontdekt, das een plastic ding in de vorm van een, je raadt het al, peer, waarmee je snotjes uit de neus van je baby kan zuigen. Ik ken de neuspeer al een tijdje. Hij kwam ter sprake op een zogezegde verrassingsmiddag georganiseerd door vriendinnen van mijn vriendin toen ze 8 maanden zwanger was. De neuspeer werd daar weggehoond, totaal incapabel om om het even welk snotje uit de neus van je kind te vacuümzuigen.

Onze dochter ademende de laatste dagen wat zwaarder, en mijn vriendin zag eens snotjes hangen… Ik dus langs de Kruidvat, ze wilde die neuspeer toch eens met eigen handen proberen. En nu is ze verslaafd, want hij blijkt prima te peren. Elk pulkie wordt vakkundig uit de neus van mijn dochter gezogen, ze krijgen niet eens de tijd om uit te groeien tot een zelfrespecterende hoop snot. De snotjes in de neus van mijn dochter zijn de korstjes aan de arm van mijn vriendin. De puisten op haar neus, de mee-eters op haar wang. ‘De peer geeft me richting aan mijn dag’, hoorde ik haar laatst zeggen. Wie ben ik dan om tussen haar en haar neuspeer te komen? Ons leven is momenteel al ontwrichtend genoeg.

Want je grijpt alle vaten met beide handen aan om stabiliteit, vertrouwen en rust te creëren zo in die eerste turbulente gezinsweken. Mijn vriendin en ik hadden wat dat betreft een vooruitziende blik en hebben ergens eind vorig jaar een cursus babytaal gevolgd. En met taal wordt bedoeld: gehuil. Want praten doen ze dus nog niet in het begin. Huilen is hun enige troef. Het leek ons daarom handig om onze dochter alvast een stap voor te zijn. De methode is bedacht door mevrouw Dunstan. En heet dan ook treffend de Dunstan Babytaalmethode. Het is een Australische vrouw met een absoluut gehoor die absoluut heel goed viool kan spelen. Ook kan ze huiltjes herkennen.

Ze heeft die na uitgebreid onderzoek zelfs in 5 klassen gecategoriseerd: slaap, honger, boertje, ongemak en nog iets. De geluiden die je baby maakt zouden universeel en continentoverschreidend zijn en superhandig als je ze eenmaal doorhebt. Of zoals de website zegt: “Leer de vijf geluidjes herkennen, handel ernaar en geniet van een blije baby!” Zo staat een intens Neh voor honger, een nasaal Auw voor slaap en een repetitief eh, eh, voor ongemak in de vorm van bijvoorbeeld een volgescheten luier. Twee (meer dan uitstekend) afgeronde sociale studies betaalden zich dik uit in de praktijk: we ‘nailden’ de cursus, en wisten op het einde als enige ALLE voorbeeldhuiltjes te herkennen. We voelden ons goed, tikje verheven boven het maaiveld en tevens voorbereid op wat komen zou.

Uiteraard bleek weer eens dat je aan een sociale studie in de praktijk nauwelijks iets hebt. Op het hoogtepunt van het babygehuil, zo’n 2 weken terug, categoriseerden we elke avond dat het een lieve lust was. Cursusaantekeningen werden erbij gehaald, de gratis ‘gehandoute’ flowchart werd minutieus gevolgd, de Dunstan-app met voorbeeldhuiltjes werd gedownload voor extra herkenning, maar elke keer was de conclusie hetzelfde: “Geen idee, ik herken niks. Jij? Of nee, ik herken alles. Maar het zal wel weer honger zijn. Wat een kutcursus was dat zeg.”

Die handvaten gingen dus absoluut de luieremmer in. Die we heel graag milieuvriendelijk zouden willen legen. Doordat we nergens meer komen (in onze auto) dragen we eigenhandig flink bij aan het bereiken van de klimaatdoelen, maar dat wordt volledig teniet gedaan door de enorme pamperberg die wekelijks richting vuilverbrandingsoven gaat. Tips? Graag.

Ondertussen categoriseren we lekker verder, op gevoel en intuïtie. Want dat heeft ons in eerste instantie ook de baby opgeleverd.

This entry was posted in Geen categorie and tagged , , . Bookmark the permalink.