Babygebabbel #3: de Heilige drie-eenheid

Laatste hoorde ik iemand met twee kinderen (mijn zus) zeggen: “Weet je, samen naar de supermarkt is tegenwoordig al een uitje voor ons.” Kolderiek? Valt reuze mee.

Voor ons is getweeën naar de appie of Jumbo gaan helaas geen optie, we laten onze boodschappen namelijk bezorgen (handig én goed voor het milieu, want het gele busje moest toch al ongeveer in onze straat zijn). We besloten daarom tot een lunch om na de hectische eerste 10 babyweken nader tot elkaar te komen.

We hadden een op(p)a(s) en oma ingehuurd en een lunchtentje uitgekozen dat nog nét niet op babyfoonafstand lag. Ik bestelde brood met twee Van Dobben-units, mijn vriendin na lang twijfelen hetzelfde. On the side nam ik een cappuccino met havermelk. Niet om hip te zijn, maar gewoon. Lekker. “Oh, een haverchino”. Zei de serveerster. En ik slikte al knikkend een stukje naar boven geboerde ochtendboterham weg.

Terwijl we daar zaten, zo zonder kind, keek ik uit het raam. Naar links. Ik zag een weg. Auto’s reden voorbij. Fietsers net zo goed. De zon piepte langzaam vanachter een grijs flatgebouw tevoorschijn. Ik zag een vogel. En nog twee. Zonder dat ik er opdracht toe gaf, voelde ik m’n nek automatisch naar rechts draaien. Richting gangpad, waar mijn geest een kinderwagen of wieg, of baby in een box verwachtte. In plaats daarvan zag ik alleen een gangpad. Leeg. Ik keek vooruit. Mijn vriendin had hetzelfde nekeuvel. Alleen dan gespiegeld. Ook zij staarde richting een verlaten doorgang.

Ik ervaar samen een kindje hebben als een huwelijk tussen twee zwaar gelovige mensen. We hebben nu een indirecte connectie, in plaats van een die linea recta verloopt. Vanaf het moment dat de longetjes van onze dochter zich vulden met lucht, zijn we beiden verbonden geraakt met iets dat veel groter is dan wij twee. Met een Godin zo je wilt. Want dat is ze verdomme. Een Godin. Verbinden met haar is een (zachtgekookt) eitje. Makkelijkste ooit gedaan. Want niemand kan zo oprecht schaterlachend aan de dag beginnen, zo hartverscheurend krijsen, zo porseleinvredig slapen, zo stoned worden van borstvoeding en in zo’n prematuur stadium al zo’n volwassen scheten laten als zij. En als mijn dochter me met haar grote wakkere ogen aankijkt dan voelt het alsof ze recht mijn ziel inkijkt, en andersom. Serieus mind- en hartblowing.

Maar er is ook een andere kant: er is namelijk geen ontsnappen aan de drie-eenheid ‘vader-moeder-heilige-dochter’. Alle aandacht en energie is gericht op het slaapritme, de voeding, het gehuil, het gelach, het verschoon en de rest van het algemene welbevinden van onze dochter. Ze is een allesoverheersende Godin. Zelfs als ze er niet is.

Terwijl ik wat verder staar naar een leeg gangpad denk ik terug aan de laatste maand van de zwangerschap. Het was december en fris buiten. Of in ieder geval te koud voor teenslippers. Mijn werk had ik op een laag pitje gezet, we keken eindeloos Netflix en Masterchef Australia (go Sashi!). Ik kookte tussendoor wat, dronk veel speciaalbier, sportte dat er een soort van af en mijn vriendin liet een kindje groeien. We mochten de verplichte kerstdiners zonder enige uitleg overslaan en ik zag wekenlang geen kroeg, bioscoop of ander huis van binnen. We fantaseerden over ons nieuwe leven, namen op 1 januari middernacht een filmpje op voor onze dochter en hadden echt genoeg aan ons tweetjes, en het verwachtingsvol fantaseren over nummer drietje. Onze twee-eenheid was volmaakt.

En nu. Twee maanden later, staren we allebei ruminerend richting leeg gangpad. Geen kind om naar te kijken, op te pakken, te troosten, bij weg te smelten, te observeren en eindeloze analyses op los te laten.

Twee benen verschijnen. Onze koffie. Ik neem een slok van m’n haverchino. Lekker. Ik ontspan. En kijk m’n vriendin aan. Ik weet wat ze denkt, want ik denk hetzelfde en zeg:

“Schat?”
“Ja lieverd.”
“Zullen we het gele busje annuleren en deze week weer gezellig samen boodschappen gaan doen?”

This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.