Waarom ik hou van de maandelijkse telefoontjes van de Volkskrant

volkskrant

Ik ben een vredelievende jongen. Maak zelden ruzie, doe geen vlieg kwaad en spinnen zet ik gewoon in een theekopje buiten de deur. Maar ook ik moet soms stoom afblazen.

Eens per maand wordt mij die kans geboden. Gratis en voor niks. Vanuit Amsterdam word ik dan opgebeld door de Volkskrant. De jonge, veel te vrolijke telemarketeer vraagt altijd eerst of hij met mij spreekt. Dan voel ik het al opkomen, borrelen vanuit de onderbuik. Hoe de pet ook staat, ik antwoord daarop altijd bevestigend met een kort Ja, waarna ik contact probeer te maken met mijn opgepotte woede van afgelopen maand. Eens kijken wat er zit.

Ondertussen volgt er aan de andere kant van de lijn een korte samenvatting van mijn (recente) geschiedenis met de krant, en of ik niet eens een nieuw abonnementje wil proberen, het is immers al weer een tijdje geleden, waarbij de marketeer halverwege het resumé vaak casueel (“zeg trouwens”) vraagt “of hij gelegen belt”. Als ik de connectie met mijn razernij dan nog niet gemaakt heb, is dit vaak de laatste duw die ik nodig heb.

Wat volgt is een beschaafde tirade gericht op de agressieve guerrillamarketing van de krant, die natuurlijk (en Godverdomme) nooit tot meer lezers gaat leiden, en er in mijn geval alleen maar voor zorgt dat ik de rest van mijn leven mijn reet zal afvegen met Sir Edmund. Meestal verwijst de marketeer in kwestie me dan rustig door naar het #belmenietregistermaartochstiekemwel en mijn #rechtvanverzetmaarboeiuh. Als ik dan zeg dat ik al een langlopend abonnement heb op beide, maar dat de bezorger die nooit bezorgt, is dat voor de marketeer meestal het sein om begrip te tonen voor mijn situatie en naar een oplossing te zoeken.

Soms (als de woede in mij beperkt is) vraag ik dan om zijn privénummer zodat ik hem kan terugbellen, op een moment dat het hem ook niet schikt (dank Ronald Goedemondt). En dan hang ik op. Maar meestal gebruik ik dit moment om mijn opgestapelde negatieve energie echt volledig de vrije loop te laten om de marketeer plus zijn (al dan niet tijdelijke) beroepskeuze COMPLEET TOT AAN DE GROND TOE AF TE FIKKEN in bewoordingen die ik vaak achteraf niet meer kan herinneren (de zogenaamde waas). Mijn vriendin wel.

Soms wordt de marketeer zelf ook boos; ik heb hem dan óók contact laten maken met zijn innerlijke woede. Dan hang ik gelijk op, dit scheldmomentje is voor mij alleen. Verbinding maken met zijn eigen negativisme doet hij maar als het NRC hem belt. Maar meestal antwoordt de marketeer op rustige wijze volgens het antwoordschema dat voor hem ligt met “dat hij mijn woede begrijpt” waarna vaak freestylend wordt toegevoegd dat hij het ook niet prettig vindt om geïrriteerde bellers te woord te staan. Ik schakel dan wat terug en vertel hem dan dat hij dit werk niet HOEFT te doen. Waarna, en dat is echt ongelogen, de meeste marketeers mij toevertrouwen dat ze “hun job veel te leuk vinden om ermee te stoppen, omdat ze ook heel veel inspirerende gesprekken voeren.” Ik vraag dan altijd wat hun antwoord zou zijn als dit gesprek niet zou worden opgenomen voor trainingsdoeleinden, maar dat verandert vaak niks aan de zaak.

Wel is de angel uit mijn woede gehaald, en als het me gelegen komt stel ik vaak nog wat triviale vragen, zoals leeftijd, studiekeuze en woonplaats. Om dan midden in een antwoord op te hangen, omdat hij niet moet denken dat we vrienden kunnen worden. Na afloop voel ik me sereen. Helemaal klaar voor de maand die komen gaat.

Posted in Geen categorie | Comments Off on Waarom ik hou van de maandelijkse telefoontjes van de Volkskrant

Duitse afhaal

Ik werd wakker in een groot Duits bed. Dat is geen metafoor voor iets. Het bed waarin ik wakker werd was gewoon heel erg groot. Ik moest mijn vriendin opbellen om te vragen waar ze deze ochtend uithing, zo groot. Ik had zin. Mijn vriendin ook. En ik wachtte geduldig in het grote bed totdat ze me bereiken zou. Dat waren we telefonisch overeen gekomen. Ik had de zonnigste kant.

Tijdens het wachten krabde ik wat aan mijn achterhoofd. Ik voelde iets. Een verse moedervlek? Een opkomend wratje? Ik dacht aan gister, toen we lagen te relaxen in een bergweide en het zomaar door me heenging: kans op teken.

Na vijf minuten arriveerde mijn vriendin, stipt op tijd. Alvorens van start te gaan vroeg ik haar om eerst even het plekje op mijn achterhoofd te bekijken. De weidegedachte bleek een voorteken.

Ik ben niet verzot op die kleine bloedvergiftigende beestjes, lang blijven hangen doen ze maar aan een struik of een grasspriet. Niet aan mijn nek. Maar we hadden de tekentang vergeten. En het pincet was te riskant, de teek lag namelijk goed verstopt in mijn eeuwige band met haar. Daarom maar de verhuurder van de woning gebeld. Die verwees ons direct door naar een arts. Zo doen ze dat daar bij de Oosterburen.

De lokale geneesdame leek in haar allesverbloemende pastelkleurige gewaad met dito sjaal in niks op een kundige arts, meer op een juf van de lokale Gestaltt-Kindergarten. Dat de uitroeiing van het beestje minder efficiënt ging dan je van een Duitser zou verwachten, verbaasde me dan ook niks. Na 30 keer porren en trekken met een tang en daarna een pincet (hulde aan alle epilerende vrouwen) liet ze mee een heus tekendrama in 15 delen zien. Daarna vroeg ze “Of mijn vriendin auch eben wilde meekucken.” Er was misschien nog wat teek blijven hangen, aber “haar Augen waren niet zo gut mehr.”

Zoals ik al zei: ik heb het niet zo op teken. Er was een tijd dat ik mijn knieholtes en liezen al na een wandeling naar de wc controleerde, bang als ik was dat ze vanuit de schimmel aan de onderkant van de pot richting mijn warme plekjes waren gekropen. De vraag “Of we in het naburige dorp wellicht even bij een chirurg wilde langsgaan, want die kan het vermeende restje teek er zo even snel rausholen”, was in een plotseling opgelaaide oude angst voor Lyme dan ook niet zo heel moeilijk te beantwoorden.

30 minuten later bevonden we ons 3 uur lang in een wachtkamer met louter zieke Duitsers. Daarna mocht ik mijn verhaal doen, en direct half naakt op de operatiebank plaatsnemen. Zo doen ze dat daar bij de Oosterburen.

De arts had besloten om de vermeende resten van de teek er direct uit te snijden. Een dikke spuit kondigde een pijnloze spoedklus aan. Terwijl mijn nek en achterkant hoofd steeds gevoellozer werden, vroeg ik me hardop af wat ik hier in godsnaam deed. “In Nederland hadden ze me al lang naar huis gestuurd. Even aankijken, tweemaal daags controleren op rode plekken, en een prettige dag”, zei ik tegen mijn vriendin die ondertussen maar video-opnames was gaan maken. Ik besloot daarop te volharden. De mensen thuis wilden nu immers ook weten hoe die video afliep.

De operatie was een succes. De arts was niet van half werk, en sneed een stuk vlees ter grote van een Bratwurst weg. Een paar hechtingen en een medische video rijker verliet ik de kliniek. De aangeboden antibiotica liet ik staan. Ik had wel honger. De dag was ook al richting avond aan het gaan.

“Koken?”, vroeg ik.
“Of uit eten”, vroeg mijn vriendin.

Wat dacht je? Precies ja. Teek away.

Posted in Geen categorie | Comments Off on Duitse afhaal

Open brief aan vakkenvullers

Beste (met name) mannelijke puber werkend in een van ’s lands supermarkten. Wat kan jij werken. Jij vult vakken als warme broodjes die over toonbanken gaan. Ook al ben je altijd en op elk tijdstip met te veel in een rij, ik mag je graag. Jij en je collega’s zijn de jagers en verzamelaars van de 21e eeuw. Door jullie hoef ik nooit meer mijn eigen voedsel te vangen. Dat scheelt bijvoorbeeld kostbare tijd die ik supernuttig kan besteden aan allerhande moderne activiteiten. Aan Gin-tonic, of Netflix bijvoorbeeld.

Dat harde werken vreet natuurlijk energie. Jij wordt daardoor warm van binnen, en die arbeidshitte wurmt zich door jouw porien naar buiten. Dat geeft niks. Zweten is heel normaal menselijk. Gebeurt ons allemaal. Transpiratievocht is echter geen drinkwater. Dat ruikt naar niks. Zweet is andere koek. Jouw met hormonen verzadigd lichaam stopt dat namelijk vol met andere bestandsdelen, zoals bijvoorbeeld geur. Zweetgeur. Die ruik ik. En ik weet zeker: ik niet alleen.

En jouw werkgeur ruikt niet fris. Matcht niet lekker met de verse pastinaken, gojibessen en blikken knakworst in mijn mandje. En ik wil je er zo graag op attenderen. Maar ja, sociale conventies en persoonlijke lafheid en zo.

Omdat ik geen vakkenvullers in mijn kenniskring heb, hoop ik daarom dat je vader, moeder, tante of overbuurman je dit briefje onder ogen wil swipen. Dan lees je nu dat ik je vraag of jij je eigen rij minimaal eenmaal daags zou willen verlaten, liefst bij aanvang van je dienst, om een clandestien bezoekje te brengen aan de afdeling persoonlijke verzorgingsproducten. Daar staan cilindervormige busjes, gevuld met legio welriekende geuren in sprayvorm. Deodorant heet dat. Doe mij en anderen een groot plezier, en spuit minimaal twee pufjes onder je beide oksels. Daar kikker van je op. En hop, op jacht mag je weer. Dat leuke collega-meisje bij de chipsafdeling zit je trouwens totaal uit te checken. De kust is nu veilig. Vul ook haar vak, zou ik willen zeggen. De condooms liggen naast de wattenstaafje.

Posted in Geen categorie | Comments Off on Open brief aan vakkenvullers

Boven het maaiveld

d08d38c5700b67084f4039311f383384_500x500_fit

 

Ik heb er moeite mee. Nee, maar echt. Serieuze moeite. Mijn hart zegt: stoppen! Hij is het niet waard. Maar ik weet ook: kort geleden dacht ik daar heel anders over. Door alles wat hij toen deed en is, en ik nooit zal zijn, en eigenlijk ook nooit zou willen zijn, gebeurde iets in mij. Het was lekker. Heerlijk zelfs. Verrukkelijk. Om me onder te dompelen in zijn wereld. Zijn energie. Zijn rücksichtsloze hang naar macht. Hij gaf me moed, inspireerde me. Om ook dingen te bereiken. Grootste dingen. En zelfs over lijken. Meedogenloos te gaan. Richting de top. Richting absolute macht. Tot helemaal bovenaan. Hij liet me met hem meekijken. In zijn wereld, en ik kon me daarin helemaal verliezen. Kon het me voorstellen hoe dat is, als je een deal sluit. Als je je ziel ruilt. Weggeeft aan de duivel, en macht en kracht krijgt in retour.

En het bleef niet beperkt tot die avonden. Want ook ’s nachts reisde hij met me mee. Beleefden we samen duivelse avonturen. En kon ik het ook; mensen voor de trein duwen, lijken maken, en er achteloos overheen stappen. En samen zaten we dan op de top van de Olympus. Voor God, de Goden en niemand bang. Maar overdag, als ik mijn geest had teruggevonden, had losgeweekt uit zijn vergiftigende klauwen, sloeg het wantrouwen me om het hart. Wantrouwen in de mensheid, en vooral in de mens die boven het maaiveld uitsteekt. Presteert. Macht heeft. De duivel zat overal. Verwarrende tijden. Zeg dat. Verwarrende tijden.

En ineens was daar Tom. En het werd lente. Hij liet me zien dat je kracht wel kan combineren met zachtheid. Ferme pedaalslagen en duidelijke taal kan afwisselen met zelfinzicht, relativerende woorden en zelfs nederigheid. Machtig en winnend. En toch liefdevol. Vanuit de berm ver uitgestegen boven het maaiveld. Geen duivel te bekennen. Enkel een Tom; een ontluikende roze tulp.

Hij deed me denken aan die andere Tom. Kirkman. Die als aangewezen overlevende een lijdende natie uit de rouw en angst moet leiden. Tegen wil en dank. Maar ook daar geen sprake van een hels akkoordje. In de verste verte niet. Enkel een integere en liefdevolle leider, krachtig in al zijn onzekerheid. Ja, de afgelopen weken voelde ik dat het toch mogelijk was. Leiden vanuit je hart. En ik voelde dat van mezelf ook weer langzaam opengaan. Ik keek naar TomTom. En zij zorgden ervoor dat ik weer sliep, deden me Frank langzaamaan vergeten.

Frank Underwood. De Washington-schurk in optima forma, de politieke reïncarnatie avant la lettre van Lance Armstrong. De man met wie ik nog niet zo heel lang geleden naar bed ging en weer opstond. Die ik op een voetstuk had gezet. Die ik adoreerde. Een groot leider. Omdat ik dacht dat het niet anders kon. Want wie wil leiden moest toch over lijken gaan? En daar is veel moed voor nodig.

Pfffff…. Zelden zat ik er zo naast. TomTom hebben me de weg gewezen. Gewezen op hoe het ook kan.

Aflevering 53 is 16 minuten aan de gang. Ik doe geen moeite meer. Ik zet hem uit. Misschien voor een andere tijd. De winter bijvoorbeeld. Als het weer koud en nat is. En is de wereld een gure plek, zonder kleurrijke wielrenners, waar figuren als Frank Underwood juist tot bloei komen. En ik ook vatbaarder ben voor hun donkere energie.

Ik schakel een tandje terug naar de tv. Ik zie Tom staan op een podium op een plein. Vol met zachte, lieve mensen die zingen dat Tom een goeie is.

Ja, de duivel is verdreven, en boven het maaiveld ziet het er prachtig roze uit.

Posted in Geen categorie | Comments Off on Boven het maaiveld

Water, aarde en vuur

Het is 9 uur ’s avonds. We hebben er een behoorlijk avontuur opzitten in het donker. Via weilanden, over akkers en door rietkragen en beekjes. We zijn gestrand in het witte zand, en er brandt een vuurtje voor ons, 20 meter verderop stroomt de Waal heel kalm aan ons voorbij.

“Ik vind dit een echt grote-mensen-avontuur”, zegt mijn nichtje.
“Ik ook”, antwoord ik gemeend.
“Beleef jij die vaak, avonturen?” Vraagt ze aan mij.
“Soms, maar veel te weinig vrees ik.”
“En andere grote mensen, gaan die vaak op avontuur?”

“Nee, de meeste zijn vergeten hoe dat precies moet.”

“Maar het is toch heel simpel: water, aarde en vuur, meer is er niet nodig om iets spannends te beleven”, vervolgt mijn nichtje. “Waarom zien grote mensen dat niet?”
Ik ben even stil, denk na. Deze oer-vraag verdient ook een doordacht antwoord: “Ik vermoed, doordat er een berg met spullen voor staat.”

“Dat snap ik niet.”

“Nou, spullen zijn er heel veel op de wereld. Auto’s, huizen, kleren, telefoons, videospelletjes. Mensen raken in de war daarvan, ze denken dat ze al die spullen moeten hebben om gelukkig te leven. Maar dat is niet zo.”
“Achter de stapel met spullen ligt water, aarde en vuur, toch?” Constateert mijn nichtje zelf. Ik knik en aai over haar bol.

“Dieren, die snappen het wel”, vervolgt ze.
“Klopt”, zeg ik. “Die zijn altijd buiten en hebben geen spullen en een statuspdate via social media nodig voor het verlenen van bestaansrecht.”
“Wat is social media?”
“Oh, niks. Ik bedoel dat dieren het inderdaad wel snappen.”
“Ja, dieren vangen hun eigen eten, dat wil ik ook wel.”

Dan gaat haar filosofische modus uit, en roostert ze een marshmallow, zoals 9-jarigen horen te doen. Ik kijk naar boven, zie de sterrenhemel. Ik kijk voor me uit, naar de kabbelende Waal, het witte zand, en het knetterende vuurtje voor ons: water, aarde en vuur. Mijn nichtje haalt de marshmallow van de stok, en steekt het kleverige ding met veel plezier in haar mond. Dan gaat ze naast me zitten. Ik sla een arm om haar heen.

“Ja, oompje, meer dan dit hebben we niet nodig”, vult ze mijn gedachten feilloos aan.

Alsof wijsheid met de jaren komt.

Posted in Geen categorie | Comments Off on Water, aarde en vuur

Brandalarm

Vannacht om 00.30 uur ging het brandalarm af. Doet het wel vaker. Het is een beetje een gevoelig apparaat, maar wel functioneel. Wanneer het ons alarmeert, klinkt dat als een lokale, nieuwe eerste maandag van de maand. Systeem is geschakeld met de bovenburen. Het kastje waarmee je het alarmpiepje uitzet hangt bij hen. Sowieso naar buiten dus.

brandweerautoDaar troffen we vier ergensuitdebuurtgenoten en twee vroege scooterramptoeristen. Maar geen bovenburen die hun hol uitkwamen. Kon twee dingen betekenen: ze waren dood, of ze waren niet thuis. We hebben een sleutel van hun deur, maar die paste niet meer. Dus ik belde een van de jongens van boven. Die stond in de rij bij een hippe club aan de Waal. Hij zou direct hiernaartoe komen met de auto en wist 99% zeker dat iedereen weg was. Inmiddels stond de halve straat op straat. En wij bleven laconiek. Want het alarm is in zes jaar tijd ongeveer 102 maal afgegaan, waarvan twee maal een mild keukenongeluk, de rest vals. Statistiek brengt dan rust in je hoofd.

Toen stond daar ineens een oververhit kaal mannetje voor onze neus: de Italiaanse buurman van rechts. Hij bleek brandweerman te zijn (nooit geweten), en ging als een wervelwind allerlei brandweermannenacties uitvoeren, zoals met zijn neus door de brievenbus hangen (niks te ruiken), naar de achterkant van het huis rennen en kijken of daar iets in de fik stond (neen). En zijn collega’ s bellen, plus de vrienden van de politie (wie gaat dat allemaal betalen?). Zo stonden er 8 minuten later (het alarm ging inmiddels 18 minuten af en ook mensen van straten verderop kwamen nu vol plezier en interesse kijken wat er allemaal gaande was om 00.48 uur in de zaterdagnacht) zes brandweermannen, twee politieagenten, een politieauto en een heuse brandweerauto voor de deur. Met bijbehorende zwaai en toeterophef.

Het oververhitte Italiaantje bracht direct in codetaal verslag uit aan de Chef brandweer. Toen hij was uitgestuiterd (zou hij tijdens zijn werk ook zo relax blijven?) vertelde ik ontspannen, want inmiddels oordoppen gevonden, dat een van de buurjongens onderweg was. Hij bevond zich ter hoogte van het Kronenburgerpark. Chef brandweer gaf hem nog twee minuten, dan zou hij de deur inrammen. Dat leek me wat overdreven, zowel reuk als zicht gaven veilige signalen af. Dus ik belde nogmaals om te vertellen dat bovenbuurjongen plankgas moest geven. Zijn vriend de bijrijder zei dat hij nu de hoek om kwam. En dat klopte. De stormram kon de brandweerbus weer in.

De deur werd geopend. Er bleek gelukkig inderdaad niemand thuis te zijn, maar, tot mijn grote verbazing, wel een calamiteit. Het elektrische kacheltje van een (andere) buurjongen was aan blijven staan, en daarop had iets van plastic gestaan, dat was gaan smelten en smeulen. Een giftige geur kwam ons tegemoet toen Chef brandweer de balkondeuren aan de voorkant opende. Ook de vijf overige brandweermannen die op dat moment casual leunend tegen hun rode vehicle heldenverhalen vertelden tegen buurmeisjes in nachtjaponnen, werden hierdoor omver geblazen. Het duurde vervolgens nog 5 minuten voordat het alarm echt zijn mond hield. Daarna keerde de rust weder. En dropen politieagenten, brandweermannen en buurtmeisjes – alleen dan wel gearmd – op kousenvoeten af richting warm bed.

Posted in Geen categorie | Tagged , | Comments Off on Brandalarm

Mijn verloren dorp

Ik raakte vandaag verzeild in het dorp waar ik naar de middelbare school ging. De wandeling die ik maakte, was verfrissend.

Het moet denk ik acht jaar geleden zijn geweest dat ik voor het laatst fatsoelijk in ‘het centrum’ van het dorp was. Vandaag had ik tijd over op weg naar mijn ouders. Puur op intuïtie nam ik een snelwegafslag verder dan normaal. En voor ik er erg in had, was ik weer terug in – laat ik er niet omheen draaien – Venray. Waar de tijd verrassend met zichzelf was meegegaan.

Het eerste wat me opviel was het betaald parkeren. Dat had ik niet verwacht, in dit dorp. Vijf minuten onbetaald lopen bracht me direct langs de plek waar ik altijd achter de pooltafel stond, dartpijltjes gooide in een elektrisch bord en natuurlijk superveel bier dronk. Die plek bestond niet meer. Er is nu een hip Japans-Aziatisch-achtig restaurant gevestigd. Dat had ik niet verwacht, in dit dorp.

Ik liep verder het centrum in. De zon scheen, en ik ging zitten op een bankje op het schouwburgplein, winnaar van de architectuurpleinprijs 2012. Of zoiets. Ik at voor het eerst in mijn leven een kroket- en geen frikadelbroodje. En ik moet zeggen: het plein zag er inderdaad prijswinnend uit. Mooie, klaterende waterpartijen, fraai vormgegeven lantaarnpalen, en verder niet te veel opsmuk. En een bankje dat prima zat, lekker op het zuiden gericht. Niet gek, voor dit dorp. Kunnen ze in mijn middelgrote stad nog wat van leren.

Ik stond op, en vervolgde mijn weg door de winkelstraat. Ik kwam langs het zalencentrum waar ik ooit met carnaval uren opgesloten heb gezeten op de wc met mijn vriendinnetje van toen. Expres. Geen gekke actie voor iemand, in dit dorp. Even verderop vond ik tot mijn verrassing een esoterisch, boekhandelachtig winkeltje. Ik ben al tijden op zoek naar een bepaald zweverig boek (tja, kan er ook niks anders van maken). En waagde een poging. Toen ik binnenkwam in een walm van wierook was dit de eerste zin die ik hoorde: “Inderdaad, en deze zwarte steen houdt alle negatieve energie tegen, en houdt je energiesysteem lekker in balans.” Hier werken mensen kennelijk ook hun chakra’s bij. Had ik niet verwacht, in dit dorp.

Dus ik liep verder. Wat me opviel, en wat ik niet had verwacht in dit dorp: veel allochtonen (zeg ik dat correct?). Veel meer dan ik tegenkom in het centrum van mijn extreem linksgeoriënteerde middelgrote stad met z’n kut-studenten. En niet alleen de gebruikelijke West-Aziaten, en Noord-Afrikanen, maar ook nogal wat migranten vanuit donker Afrika. En veel Polen. Dat had ik dan wel weer verwacht, asperges zijn immers de regionale hobby hier. Ook stuitte ik op opvallend veel warrig ogende, toch wel slecht verzorgde mensen. Zoveel zwevers. Had ik zeker niet verwacht, in dit dorp. Tot ik mij bedacht dat hier ooit een gekkenhuis is gesticht dat nog steeds dienst doet. Beroemd is de inmiddels verdronken man die in mijn jeugd met duikbril op en zwemvliezen aan dagelijks de winkelstraat heen en weer droogzwom. Kan de tamboerijnvrouw uit mijn middelgrote stad een puntje aan zuigen.

Toen passeerde ik een makelaar. Zomaar een niet eens zo heel groot nieuwbouwhuis van 83 vierkante meter kost hier 215.000 euro. Natuurlijk, de tuin mocht er wezen, maar toch. Deze prijs had ik niet verwacht, in dit dorp. En zo drentelde ik van de ene in de andere verbazing, mijn vooroordelen meegenomen vanuit mijn middelgrote stad één voor één verliezend. En ik vond het wel welletjes zo. Liep terug naar mijn auto en maakte me klaar voor een klassieke maaltijd aardappels, groenten en vlees bij mijn ouders, in een echt dorp, 7 kilometer verderop.

Want één vooroordeel bleef vandaag fier overeind staan. Het vlees was ouderwets extreem doorbakken. Gelukkig staat op sommige plekken de tijd nog wel gewoon stil.

Ps. De foto’s bij dit verhaal zijn nooit gemaakt. U verzint er zelf maar een keer wat beelden bij.

Posted in Geen categorie | Tagged , , | Leave a comment

Dag huisarts

Ik was u echt niet vergeten. Ik had u al een jaar of drie niet meer gezien. Een poosje terug was ik wel in uw praktijk. Maar u was er niet, u had een vervanger. De laatste en eerste keer dat ik u zag was u zwanger. Dat maakte me niet uit. Ik zou uw kind op de koop toe hebben genomen. Geen probleem. Zolang ik maar kon verdrinken in uw ogen. Uw haar kon kammen tot het niet meer meer kon glimmen. En ik zou u druiven voeren. Ouderwets veel druiven voeren. Toen ik belde laatst, vroeg ik naar u. En ja, over twee dagen had u tijd. Op drie jaar was dat niks. Toen ik u zag, zag u mij eerst. Ik las een boek in de wachtkamer. U vroeg wat ik las. Ik zei dat ik een Duits boek las, of nou ja, de vertaling ervan. Want wie leest er nou voor de lol een Duits boek. Een Duitser misschien. Ik zei dat de zinnen erg verduitst waren. En we liepen. En ik zei nog wat meer. En ik was er tevreden mee. Want u luisterde en u knikte, en u ging zitten en u hield uw hoofd wat scheef en u keek. En ik keek terug in uw ogen, en was de weg al weer kwijt. ‘Waar was u al die tijd?’ Was het enige wat ik kon denken. Maar dat zei ik niet. Ik vroeg of ik ‘je’ mocht zeggen. En u knikte.

Posted in Geen categorie | Comments Off on Dag huisarts

Een thermosfles rust

Op het kleine tafeltje onder het raam staat een thermosfles. Die al lang dienst doet. Er zitten een paar deuken in en de schroefrand ziet bruin. De dop is eraf gedraaid en gevuld met halflauwe thee. De fleseigenares, een vrouw van een jaar of 60, neemt een slok. Uit haar tas haalt ze een groen appeltje. Een Golden Delicious. Heerlijk. En een mesje. Vakkundig snijdt ze een stukje van de appel af. De schil laat ze zitten. Extra vitaminen. Ze kauwt. Trekt lichtjes met haar mondhoeken. Bitter. Toch een Granny Smith. Daarna snijdt ze weer. Het hele tafereel herhaalt zich zo een keer of 10. Dan is de appel op. Het kroos gooit ze weg in de te kleine prullenbak onder de tafel. Ze drinkt haar thee op en draait de dop weer op de fles. Tevreden glimlacht ze door haar eigen spiegelbeeld heen naar buiten. Rust.

Schuin tegenover zit een man. Zijn degelijke zwarte schoenen (Mephisto?), lichtbruine ribbroek en leren schoudertas doen een leraar vermoeden. Met nog een paar haren, allemaal grijs. Pensioen voor de deur. Moet een fijne gedachte zijn. Daarmee tuurt hij door het raam. Waar weilanden met koeien aan hem voorbij grazen. Ook hij heeft een thermosfles. Een mooie glanzende, zonder deuken. Een maatje groter dan die van de vrouw. Ik ruik halflauwe koffie. Hij neemt een slok. Trekt met zijn mondhoeken. Bitter. Dan haalt hij een peertje tevoorschijn. Hij neemt een hap. Het druipt een beetje rond zijn kin. Hij haalt er een papieren zakdoek bij, veegt wat peervocht weg. Hij neemt nog een hap, houdt nu het zakdoekje onder zijn kin om zijn kleren schoon te houden. Veegt zijn kin weer af. En dat tafereel herhaalt zich zo een paar keer. Dan is de peer op. Alleen het steeltje is nog over, stiekem belandt het op de grond. Dan tuurt hij weer verder. Koeien. En rust.

Bij het volgende station stappen ze beide uit. De man houdt de deur voor haar open. De vrouw glimlacht, hij terug. De trein zet zich weer in gang. Ik word overvallen door een warme, rustige triestheid. Ik wil ook degelijke kleding, een thermosfles, weinig haar en een sappig peertje. Waarom moet ik zo nodig jong zijn.

 

Posted in Geen categorie | Comments Off on Een thermosfles rust

Alle groenten gelijk

Column geschreven voor inspirationshot.nl

Mijn ouders hebben een joekel van een tuin, waarin ze al jaren hun eigen groenten verbouwen. Hun perfecte bordje aardappels-groenten(-vlees) wijkt af van het heersende ideaalbeeld op de gemiddelde groenteafdeling. Op InspirationShot 12 kregen mijn ouders bijval.

Ik kom regelmatig een doos met vitaminen halen. Lekker, vers, en soms ook een tikje anders dan ik ze in de winkel tegenkom. Want in de tuin van mijn ouders doen de groenten waar ze zelf zin in hebben. Niet alle sla is symmetrisch, en niet alle rode bieten zijn rondgevormd. Paprika’s hebben rimpels, wortels soms twee benen en een arm, en er zijn aardappelen met acne. Mijn ouders hebben er geen problemen mee dat de groenten vaak niet voldoen aan het Westerse schoonheidsideaal. Want ze weten, uiterlijk zegt niks over de smaak.

Kromkommer
De eerste van de zes sprekers op de twaalfde InspirationShot is Lisanne van Zwol. Lisanne vertelt over hoe ze een maand lang geen eten heeft gekocht en enkel leefde van wat werd weggegooid: dumpster-diven noemt ze het. In die maand kwam ze magen tekort, zoveel ‘afval’ had ze te eten. Fluitend doorstond ze de tijd. Ze vertelt dat zo’n 5-10% van alle groenten en fruit in Nederland nooit de winkelschappen bereikt, onder meer vanwege hun looks. Dit vond zij erg krom, en kromkommer was geboren. Een initiatief om iets tegen die voedselverspilling te doen. Wat ze zoal bereikt heeft in een jaar? Kromme groenten liggen in de schappen van een groothandel in Rotterdam en er staan gekke groenten op de kaart van verschillende restaurants.

Krom is recht
Afgekeurd wegens een niet passend plaatje. Hoewel ik het zo niet heb geleerd, doe ik het ook. Als ik in de winkel kan kiezen tussen een rechte wortel, en eentje die (per ongeluk) een lichte afwijking heeft naar links, kies ik voor de rechte. Want in kaarsrechte schappen van de massaproductie is het kromme product een dissonant. Thuis in mijn ouders tuin zijn alle groenten gelijk. Wat afwijkt wordt door de omgeving bepaald. En het is een hele klus om je boven die context te plaatsen. Daar is een kritische blik voor nodig.

Brekend plaatje
Ik loop naar de badkamer en bekijk mezelf eens nauwkeurig in de spiegel. Ik zie een jongen, 33 jaar, een man dus. Opkomende rimpels in het voorhoofd en langs de ogen, en langzaam dunner wordend haar. Lang niet perfect, en de tijd zal het ideaalbeeld alleen maar verder uit het zicht laten verdwijnen. Daar maak ik me wel eens druk om. En dat heeft zelden een positief effect op mijn dag, maar toch blijf ik het doen. Wat nu als ik een kromkommer zou zijn, hangend in de tuin van mijn ouders?

Linksdragende courgette
Ik loop naar de keuken. Haal een paar aardappelen met wratten, twee gebochelde tomaten en een linksdragende courgette uit de groentela en maak daar een perfect maaltje van. Tijdens het opeten bungel ik aan een struik, in de zon, in een tuin vol groeiende vitaminen. Naast me hangt een prachtige, sappige en kromme komkommer. Ik vraag haar of ze zin heeft om een tijdje met mij rond te hangen. Dat ziet ze wel zitten. Ik schommel naar haar toe en krom mezelf zachtjes om haar heen. Samen zien we de zon ondergaan en de sterren verschijnen. We zien de zon weer opkomen, warmen ons eraan, en laten ons verkoelen door een fris buitje. En na een eindeloos gelukkige dag belanden we samen met wat andere gekke groenten in de kakelverse salade van een steeds krommer lopend Limburgs echtpaar. Die er smakelijk van eten.

Posted in Geen categorie | Comments Off on Alle groenten gelijk